Materiaal certificaten versus projectcertificaten

Opgesteld door Sacha Brons | 11-03-2024

Context

Koolstofcertificaten voor biobased bouwmaterialen kunnen in theorie op drie punten in de keten van land tot pand worden uitgegeven. Platgeslagen:

Wanneer er certificaten aan de boer worden uitgegeven, is directe betrokkenheid dan wel afnamegarantie van een fabrikant noodzakelijk om te garanderen dat geoogste biomassa daadwerkelijk als bouwproduct wordt ingezet. Hierdoor blijven er in praktijk twee opties over: certificaten voor een bouwproduct (uitgegeven aan de boer, de fabrikant of een combinatie van beiden) of certificaten voor een gebouw (uitgegeven aan de bouwer/ontwikkelaar, gebouweigenaar of een combinatie van beiden).
Deze opties kunnen in de praktijk naast elkaar bestaan, zo lang er controle plaatsvindt die voorkomt dat één eenheid koolstof niet twee keer wordt gecertificeerd (zowel in het product als in het gebouw). Zowel het opstellen van methodes om tot zuivere berekeningen van koolstofopslag te komen, als het controleren op dubbeltellingen, wordt uitgevoerd door certificerende organisaties.
In Nederland kennen we hiervoor twee voorname partijen: Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK) en Open Natural Carbon Removal Accounting (Oncra), beheerd door Stichting Climate Cleanup. Beide partijen hebben methodes voor certificering van koolstofopslag in de biobased keten van land tot pand. Hoewel ze zich niet limiteren tot één type koolstofcertificaat (voor een product of voor een gebouw), hebben de partijen zich voor de eerste ontwikkeling van methodes gericht op verschillende delen van de keten. SNK heeft een methode voor producten ontwikkeld, Oncra voor gebouwen. De beide partijen testen op dit moment hun methodes in de praktijk. Dit zal uitwijzen wat de beste manier is om opschaling van biobased ketens te stimuleren; koolstofcertificaten voor bouwproducten, voor gebouwen, of een combinatie van de twee.
Op de volgende pagina zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de twee methodes uitgelicht.

Vergelijking

De twee certificeringsmethodes (op bouwproduct- en gebouwniveau) vereisen verschillende informatiebronnen en indieners. Figuur (1) maakt dit verschil duidelijk middels gekleurde en gestippelde vakken. Tabel (1) laat voor een aantal kerneigenschappen de verschillen en overeenkomsten tussen de twee methodes zien. Deze eigenschappen bepalen voor een groot deel de doelmatigheid, accuraatheid en betrouwbaarheid van koolstofcertificaten.
Figuur 1. Blauw, ononderbroken: directe betrokkenheid nodig bij indienen projectplan op productniveau. Blauw, gestreept: informatie nodig bij indienen projectplan op productniveau. Rood, ononderbroken: directe betrokkenheid nodig bij indienen projectplan op gebouwniveau. Rood, gestreept: informatie nodig bij indienen projectplan op gebouwniveau.
Tabel 1. Vergelijking tussen kerneigenschappen van methodes op product- en gebouwniveau

Eigenschap

Methode op productniveau

Methode op gebouwniveau

Hoofdaanvrager & ontvanger van koolstofcertificaat

Boer of Fabrikant

Bouwer/Ontwikkelaar of
Gebouweigenaar

Biedt directe prikkel voor:

Aanbod biobased materialen

Vraag biobased materialen

Certificeerbare materialen

Nederlandse vezelgewassen (voornamelijk niet-constructief)

Alle materialen van duurzame oorsprong (voornamelijk hout)

Belangrijkste risico voor betrouwbaarheid certificaten

Monitoring voor levensduur van de koolstofopslag

Garantie van duurzame oorsprong materiaal

Belangrijkste kracht in de transitie richting biobased bouwen

Biedt mogelijkheid om boeren te belonen voor koolstofopslag

Stuurt het ontwerpproces van een gebouw op koolstofopslag

Gevalideerde data over koolstofopslag komt van

Environmental Product Declaration

Environmental Product Declaration(s)

Levensduur van koolstofopslag

50 jaar

50 tot 100+ jaar

Baseline voor koolstofopslag

Geen

Standaard gebouw

Uitstoot van broeikasgassen afgetrokken van koolstofopslag

Alle uitstoot in productie van het product (aangegeven in EPD)

Bovengemiddelde uitstoot van het gebouw (in de praktijk 0)

TABLE OF CONTENT

Published with Nuclino