Deze Q&A geeft een overzicht van de actuele stand van zaken met betrekking tot stro als bouwmateriaal in Nederland. Het wordt regelmatig vernieuwd met de laatste informatie.
Inblaasroute vindt plaats via renovatie on site, maar kan ook bij een prefab bouwer geburen. Daarnaast is massiefbouw mogelijk en komt het aan in vaak geperst afland pakken. De pakken worden direct geplaatst in een prefab wand of nog versneden op maat en in de wand geplaatst. (geen sterke tekst)
Mogelijk zit ook daar ruimte voor carbon credits in de toekomst. Het product dat afland geperst is heeft echter geen onderscheidende waarde. Zo is het niet geschoond, versenden en in plastic verpakking verpakt. Het verdienmodel lijkt dus beperkter. (geen sterke tekst)
Er wordt in Nederland 130.000 ha graan geteeld per jaar (2023). Aan grondstoffen dus geen gebrek. Dat betekent dat de stroketen dus niet hoeft te worden uitgebreid met areaal. We hebben het meer over het ombuigen van de toepassing. Het belangrijkste is dat er verwerkers zijn die het stro kunnen hakselen en ontstoffen waarbij de boer de goede prijs krijgt (190 euro per ton), de verwerker zijn kosten vergoed krijgt en het bouwproduct kan concurreren met vergelijkbare isolatiematerialen zoals cellulose. De kans is vrij groot dat een eerlijke prijs voor de boer alleen lukt als die zich verenigen in corporaties. Maar per regio zal uitgezocht moeten worden hoe de verwerker zich binnen de keten wil verhouden tot boer en afnemer.
Ja, stro als bouwmateriaal is getest op flink wat eigenschappen. De configuratie die is getest bepaald dus de specificatie van het stro. Ondernemers die gebruik willen maken van het voorwerk van Building Balance om hun materialen te certificeren krijgen een handboek waarin precies staat aan welke specificatie voldaan moet worden om een certifcaat te kunnen krijgen.
Als stro wordt toegepast als bodemverbeteraar maar het financieel toch interessant om het stro van het land te halen dan is er een alternatief nodig. Dat kan door middel van groenbemesters die direct na de oogst kunnen worden gezaaid of door de aanvoer van andere organische stof zoals compost of bokashi. Bij 4 ton opbrengst per ha kan het stro inclusief koolstofcertificaten zo'n 1200 euro per ha opbrengen. Zo'n kwart daarvan is nodig voor de bekostiging van alternatieve vormen van bodemverbetering. Zorg dat stro spoedig na het dorsen geperst wordt, zodat er snel groenbemester kan worden ingezaaid en optimaal kan groeien onder gunstige temperaturen. Iedere week later ingezaaid geeft minder ontwikkeld gewas en daarmee minder organische stof. Zo wordt bij wintertarwe uitgegaan van 1600 kg/ha effectieve organische stof van het hoofdproduct en 1300 kg/ha (of 315 kg/ton) effectieve organische stof voor het stro. Om bij de afvoer van stro, de afvoer van effectieve organische stof te compenseren moet dus 1300 kg organische stof uit een andere bron aangevoerd worden. Met groenbemester lukt dit voor ongeveer 50% (circa 700 kg). Eventueel kan er op een later moment nog (betaald) compost aangebracht worden of extra (met toelage) dierlijke drijfmest.
Het lijkt erop dat tarwestro per teelgebied niet enorm verschilt buiten opbrengst. Deze is lager op bijvoorbeeld zandgrond. Op het moment wordt onderzocht of gerststro en roggestro ook voldoen aan kwaliteitseisen..
Stro dient geperst en droog aangeleverd te worden. De balen hebben meestal een vierkant formaat van 90x120x240 cm en een gewicht van circa 450 kg. Welke vorm (rond of vierkant) is afhankelijk van de verwerker. Het is goed om duidelijkheid te scheppen waar in de keten deze vraag wordt gesteld. Tussen oogst en verwerking (agro) gaat het om de geperste strobalen van het land. Tussen verwerking en inblaasisolatie (industrie ---> bouw) gaat het om gezuiverd en verhakseld stro geperst in balen in plastic verpakking met een gewicht van ongeveer 18 kg. Voor massief bouw worden de afland geperste balen direct aangeleverd aan de bouw. De verwerker stelt kwaliteitseisen die meestal betrekking hebben op vochtgehalte en vervuiling. Ontstoffen gebeurt bij de verwerker maar hoe schoner er wordt geoogst hoe minder afval bij de verwerker en hoe meer kans dat tarra achterblijft op het land.
Vooralsnog lijkt traceerbaarheid op niveau van de baal geen vereiste.
Teveel onkruid kan zorgen voor vervuiling in het bouwmateriaal. Met een goede (vaak chemische) onkruidbestrijding blijft het graangewas schoon en het stro onkruidvrij. Aan de hoeveelheid residu van de onkruidbestrijdingsmiddelen zijn wettelijke eisen gesteld.
Bij de toepassing van stro als bouwmateriaal is per definitie sprake van meervoudige verwaarding.
Verregend stro kan in ieder geval niet toegepast worden. Wat de invloed van een vroegere of juiste latere graanoogst is op de strokwaliteit is nog niet bekend. Feit is dat in de praktijk de graankorrel centraal staat in het dorsmoment.
De prijs die agrariërs kunnen ontvangen varieert tussen 190 euro en 225 euro per ton. In de zuidoostelijke vezelcoöperatie wordt 225 euro per ton stro betaald. Mooie stimulans om in collectiviteit te denken als groep agrariërs. De prijs die voor vervoedering of potstalgebruik wordt betaald is circa 125 euro.
Stro wordt door BB vooral gezien als een transitiegrondstof. De functie van stro als inblaassnipper zal in de toekomst naar verwachting vooral ingenomen worden door snippers van miscanthus-achtige teelten. In principe is er graanareaal genoeg om de bouw in de vraag te voorzien.
Voor inblaasisolatie in het dak heb je ongeveer een ton stro per huis nodig (rijwoning). Van een hectare komt grofweg 4 ton stro. Met verlies van hakselen en ontstoffen gaan we maar even uit van 3 ton. Dat betekent dus drie huizen per ha. Voor een nieuwbouwhuis is aanzienlijk meer nodig. Het volume hangt sterk af van het type huis.
In Nederland zijn de teeltkosten, grondprijzen, loonwerkkosten, etc. hoger. Dit verhoogt de prijs. Om de Nederlandse bodem te blijven voorzien van voldoende organische stof voor andere intensieve teelten dient deze onderhouden te worden. Dit is een kostbaar proces en daarmee maakt een boer een keuze of hij het stro achterlaat als bodemverbeteraar of verkoopt voor (alleen) een goede prijs. Met een goede prijs kan de boer weer investeren in zijn bodem. Daarnaast heeft Frankrijk schaalvoordelen en is het aanbod groter wat prijs verlagend werkt.
Stro moet droog worden opgeslagen. Dit kan bij de boer zelf, bij een loonbedrijf/fouragebedrijf. Bij voorkeur onder een overkapping en niet onder zeil. Als het droog wordt opgeslagen kan het lang worden bewaard. Stro kan ook tijdelijk onder plastic op akkers opgeslagen worden. Een fouragebedrijf of loonwerker is hier vaak goed op ingesteld.
Na het verwerken kan het opgeslagen worden in kleine plastic verpakte balen (18-20kg), big-bags of zelfs silo's. Vooralsnog zijn de kleine balen het meest gebruikelijk. Verwerkt stro bij de verwerker in opslag.
De verwerker kan het materiaal verkopen voor ca. 450 euro per ton. Hierin zijn verwerking, opslag
en transport meegenomen. Bovenop deze prijs wordt er gewerkt aan een goede constructie om ook
carbon credits uit te laten betalen. Deze moeten bij voorkeur (deels) terugvloeien naar de
Nederlandse boer. Momenteel wordt er gewerkt aan een dergelijk projectvoorstel.
Verhoeven in Soerendonk, Agristro in Winschoten, Agrifirm in Oostwold, Mussche in Staphorst en Vestjens in Haelen. Er wordt nog gezocht naar meer verwerkers in de buurt van vraagregio’s.
Nee, het verwerken (hakselen, ontstoffen en verpakken) is een specialisme waarvoor specifieke installaties nodig zijn die voor één boer nooit rendabel zijn te exploiteren. Denk snel aan een investering tussen de 3 en 6 miljoen euro. Er kan in een coöperatieve vorm tussen boeren, loonwerkers en bouwbedrijven mogelijk wel worden geïnvesteerd eventueel met hulp van subsidies.
Zonder transport en opslag ca. 160 euro per ton.
Dat weten we nog niet op dit moment. Vestjens heeft echter al een certificaat op BioBlow inblaasstro met de nodige gegevens (zoek op: Attest Bioblow, Vestjens). Neem dit als een indicatie.
Product certificering volgens Nederlandse beoordelinsgrichtlijn (grotendeels gebaseerd op Europese richtlijn) olv certificeerder SKH is het streven dit zomer 24 afgerond te hebben. Parallel hieraan worden nu producttesten uitgevoerd voor graanstro. Warmteweerstand, inzakking, brandbaarheid en % biobased bij Kiwa. De resultaten gaan daarna door naar BCRG zodat iedereen eind april kan rekenen met een lambda waarde van het stro. De andere testen volgen de komende periode, streven is deze voor de zomer te hebben afgerond. Om gecertificeerd stro te hebben dienen de fouragebedrijven te werken volgens een kwaliteitshandboek, hiervoor maken we in overleg met een standaard handboek dat de verschillende fourage bedrijven kunnen gebruiken.
Wanneer de beoordelingsrichtlijn, testen en kwaliteitshandboeken zijn ingevuld kan het Graanstro van de fouragebedrijf gecertificeerd worden. In september zouden de fouragebedrijven gecertificeerd kunnen zijn.
Procescertificering: Voor het na-isoleren van bestaande daken wordt op dit moment een beoordelingskader (BRL) opgesteld door de certificeerder Insula voor zowel de eisen aan het systeem als het proces van na-isoleren. Dit is ieder moment gereed.
Parallel hieraan worden de details voor een standaard na te isoleren dak uitgewerkt (het systeem) waarna er een brandtest uitgevoerd kan worden. Isolatiebedrijven kunnen vervolgens hun certificeerde vragen hen aanvullend te certificeren o.b.v. de
BRL van Insula.
Systeem certificering:
HDB-wanden met daarin stro kunnen na certificering van het product stro ook als systeem geattesteerd worden.
LCA Stro
Deze is op haar na gereed en wordt volgende maand ter verificatie voorgelegd aan 3de partij. Deze kan kan medio april opgenomen worden in de NMD.
CO2 certificaten stro
Adviesbureau Hedgehog werkt in opdracht van ons aan een SNK (stichting nationale koolfstofmarkt) stroproject met Agrifirm. Naar verwachting is daar deze zomer meer over bekend.
De prijs die betaald kan worden door de bouwsector kan gerelateerd worden aan andere inblaasmaterialen zoals cellulose dat kost 65 euro/m3 (Oldenboom) en er gaat ca. 65 kg in een m3. Dan heb je het over 1000,- euro per ton. Stro wordt ingeblazen op 110 kg/m3 (volgens Takkenkamp 85kg). Het stro zou voor dezelfde isolatiewaarde maar met meer gewicht dan ca. 500 euro mogen kosten.
Dit is vrijwel altijd de eerste vraag die gesteld wordt. Geperst stro gaat – in tegenstelling tot los stro – niet snel branden. Door de persing komt er weinig zuurstof bij de halmen in de baal. Verdicht stro mag daardoor als bouwmateriaal worden gebruikt zonder toevoeging van brandvertragende middelen. Strowanden worden brandwerend door de juiste afwerking. Dit kan een pleister direct op het stro zijn of een bekleding met een geschikt plaatmateriaal. Met pleister afgewerkte strowanden hebben een uitstekende brandwerendheid – internationaal getest tot meer dan 90 minuten.
Als het stro droog verwerkt wordt en het degelijk tegen regen en vocht beschermd is zal het een zeer lange levensduur hebben. Dit bewijzen de voorbeelden van meer dan 100 jaar oude strogebouwen.
Het stro dat je verwerkt in een gebouw moet droog zijn en droog blijven. Tijdens de bouwfase moet je rekening houden met het weer en een tijdelijke bescherming tegen regen aanbrengen. De buitenste afwerking moet waterdicht zijn, het bouwdeel in zijn geheel dampopen. Leemstuc en kalkpleister zijn dampopen materialen, er zijn ook dampopen platen en speciale folies. Goede detaillering van sokkel, dak, gevelopeningen en andere aansluitingen is heel belangrijk.
Stro bevat – in tegenstelling tot hooi – geen voedingsstoffen. Vakkundige inbouw en afwerking zorgen ervoor dat het ook niet als nestplaats kan dienen.
Stro is de droge stengel van een graangewas en bestaat hoofdzakelijk uit cellulose en lignine. Door het gebrek aan voedingsstoffen laten knaagdieren en insecten stro links liggen en geven de voorkeur aan betere alternatieven.
Het is belangrijk om het stro goed verdicht in te bouwen en alle oppervlakken vakkundig af te werken – vooral de onderste randen. Het laatste geldt trouwens niet alleen voor stro constructies maar ook voor conventionele bouwmethodes. De praktijk bewijst dat een eenmaal bepleisterde strobalen-wand niet wordt behuisd door ongedierte.
Een huis van stro is constructief stabiel. In de meeste strogebouwen in Nederland wordt de draagconstructie gevormd door een houtskelet. Het stro heeft geen dragende functie maar dient alleen ter isolatie. De houtskelet constructie is op conventionele manier berekend om het gewicht van het dak en vloeren te kunnen dragen en de windlasten te kunnen opvangen.
Het is ook mogelijk om strobalen dragend te gebruiken. Hiervoor zijn internationaal veel voorbeelden. Er zijn echter (nog) geen rekenmodellen voor het draagvermogen en de stabiliteit van stro. Ook al werkt het in de praktijk, het kan op dit moment niet door een constructeur worden berekend. Dit is in de meeste gevallen echter noodzakelijk om een bouwvergunning te verkrijgen. Verder onderzoek is nodig.
Daken:
Plat dak: Stro kan worden geinstalleerd al inblaasisolatie tussen de dakbalken, afgedekt met een dampopen en waterdichte dakbedekking.
Schuin dak: Kan gevuld worden tussen de sporen, met een dampopen beschot en dakbedekking.
Muren:
Massiefbouw: Strobalen worden in een houten frame verwerkt.
Stelwanden: Strobalen worden opgestapeld tussen houten of metalen studden, en vervolgens afgewerkt met beplating of pleisterwerk.
Vloeren:
Tussenverdiepingen: Strobalen kunnen tussen de balken worden gelegd, met een dekvloer en ondervloer.
Vloer op de begane grond: Strobalen kunnen op een fundering worden geplaatst, met een scheidingslaag,wapening en dekvloer.
Woningscheidende wanden:
Dubbele strobalenwand: Twee rijen strobalen naast elkaar, met een vulling van leem of kalkhennep tussen de balen.
Stelwanden met strovulling: Strobalen worden gevuld tussen houten of metalen studden, en vervolgens afgewerkt met beplating of pleisterwerk.
Afwerking:
Binnen: Strobalen kunnen worden bepleisterd met leem of kalkhennep, of afgewerkt met houten panelen of behang.
Buiten: Strobalen worden beschermd met een dampopen en waterdichte gevelbekleding, zoals kalkpleister, hout of strooiselpanelen.
Dampopen bouwen:
Stro is een dampopen materiaal, wat betekent dat het vocht kan absorberen en afgeven. Dit is belangrijk voor een gezond binnenklimaat. Bij het bouwen met stro is het belangrijk om een dampopen bouwsysteem te gebruiken, met dampopen materialen voor de wanden, daken en vloeren.
Prefab en in situ:
Strobalenisolatie kan zowel prefab als in situ worden toegepast. Prefab strobalenpanelen worden in een fabriek gemaakt en op de bouwplaats gemonteerd. In situ strobalenisolatie wordt ter plaatse opgebouwd.
Kierdichting bij inblazen:
Bij het inblazen van stro is het belangrijk om alle kieren en naden in de constructie goed dicht te maken. Dit voorkomt dat er tocht en vocht in de isolatie kan komen, wat de isolatiewaarde kan verminderen en voor problemen kan zorgen met condensatie en schimmelgroei.
Rc waarde
Welke tussenoplossingen zijn er (inblazen maar dan wel gipsvezelplaat voor brandwerendheid).
Wanneer kan je starten?
Welke voorbeeldprojecten zijn er in NL? In buitenland gangbare bouwmethode, niet nieuw.
Hoe worden architecten geïnformeerd?
Hoe pas je het toe, speciale apparatuur benodigd? Handboek?
Kan je op bouwplaats opslaan of moet het binnen?
Voordelen/nadelen. Nadeel : moet niet nat worden tijdens bouw/montage.
Bouwtijd inblazen vs bouwtijd traditioneel isoleren
Welke cursusmogelijkheden/ kennis hoe inblazen
Bouwer wil garantie beschikbaarheid materiaal, hoe realiseer je dat. Waar kan je het kopen? Afname garantie. Levertijd.
Woco wil duidelijkheid of inblaastro voldoet aan prestatie eisen. Hoe sluit dit aan bij Co2 reductie?
Welke instructies indien onderhoudswerkzaamheden na plaatsing.
Wat zijn de benefits voor bewoners en eigenaren?: aanvullen Instructies/uitleg voor gebruik. Akoestiek, faseverschuiving (stro warmt minder snel op, warmte accumulerend gedrag) comfort en gezondsheidsaspecten (obv enquetes niet meetbaar nog). Relatieve vochtigheid tussen 40%-60% dus zelfs als warm is het comfort prettiger door lagere luchtvochtigheid. Thermostaat niet te ver terugzetten, duurt lang voordat is opgewarmd. Beter constant houden.
Is het schaalbaar voor seriematige woningbouw
Circulariteit stro, hoe langer opgeslagen hoe droger, losmaakbaarheid/demontabel
Stro uit buitenland, Co2 uitstoot door transport is max 10%. Natuurlijk beter uit NL
(Aanpassing) BENG123 norm
Hoe dik wordt een renovatiedak bij inblazen met de huidige lambdawaarde en zijn er constructief beperkingen vanwege toename gewicht?