BEPALINGSMETHODE GRONDSTOFFENGEBRUIK
Indicator voor het bepalen van aandeel grondstofcategorieën met definities en bepalingsmethode
Datum: 28 maart 2024
Van: Building Balance
Toepassing methode |
Deze methode kan worden toegepast om op projectniveau het percentage biogrondstoffen en secundaire grondstoffen te bepalen. In de methode is opgenomen een voorstel voor normen die haalbaar zijn in de toekomst. Deze streefnormen kunnen daarnaast ook gebruikt worden voor het forumleren van ambities die onderdeel kunnen worden van beleid bij gemeenten, corporaties en private opdrachtgevers. |
Definities | |
Grondstoffenpercentage | Aandeel van een bepaald type grondstof op basis van gewicht |
Primair niet-hernieuwbare grondstof. | Grondstoffen uit bronnen die beperkt beschikbaar zijn en zich op een tijdschaal van een mensenleven niet kunnen vernieuwen, zoals bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, metalen en mineralen. |
Secundaire grondstoffen | Grondstoffen die ontstaan uit recycling of hergebruik van reeds gebruikte bouwdelen, producten of grondstoffen. Ze dragen bij aan het verminderen van afval en het behoud van natuurlijke hulpbronnen door de levenscyclus van materialen te verlengen. Secundaire materialen hebben vaak een abiotische oorsprong maar ook materialen met biotische oorsprong (zoals hout) wordt als secundaire grondstof toegepast. Binnen het kader van deze bepalingsmethode vallen die grondstoffen en/of materialen in de categorie biobased grondstoffen. |
Biogrondstoffen per 2024 | Biogrondstoffen zijn materialen die worden geproduceerd uit biologische bronnen, zoals planten, dieren of micro-organismen (biotische oorsprong). Deze grondstoffen zijn hernieuwbaar. De massa van biobased materiaal bestaat voor minimaal 70% uit hernieuwbare biomassa bepaald volgens de EN16575:2014. |
Biogrondstoffen per 2030 | De massa van biobased materiaal bestaat voor minimaal 90% uit hernieuwbare biomassa bepaald volgens de EN16575:2014 en onderling verweefde materialen zijn bij hergebruik volledig losmaakbaar dan wel herbruikbaar voor gelijkwaardige materialen. |
Volumieke Massa | De massa van grondstoffen of materialen op basis van een bepaalde gewichts- of volume-eenheid verstrekt door de fabrikant middels de verplichte technische documentatie van die fabrikant. |
Bron voor de voorgestelde normen |
Projectevaluaties in kader van Het Nieuwe Normaal door Cirkelstad. Daaruit is gehaald wat op dit moment redelijk gangbaar is en wat de koplopers op dit moment al kunnen. De percentages die de koplopers nu al kunnen waarmaken zijn toegepast in de streefnorm voor 2030. |
Bepalingsmethode |
Het bepalen van de percentages grondstof-categorieën gebeurt aan de hand materiaalstaten die uit de digitale ontwerptools van architecten en/of bouwers onttrokken kunnen worden. Deze materiaalstaten geven een output van materialen die gesplitst moeten worden in de hieronder genoemde categorieën (1. primair niet-hernieuwbaar of abiotisch; 2. secundaire grondstof; 3. biobased grondstof) vertaald naar oppervlak of volumes. De oppervlak- of volume-eenheden worden door middel van de materiaalspecificatie van de fabrikant vertaalt naar gewichten en vervolgens gedeeld door het totale volume waardoor een percentage wordt bepaald. Secundaire grondstoffen of materialen van biotische oorsprong mogen worden meegeteld als biobased materiaal. |
Scope van de indicator |
Bij het berekenen van het percentage grondstoffen hoeven de volgende onderdelen niet meegenomen te worden: installaties en sanitair. De fundering is onderdeel van de berekening waarbij voor funderingspalen een forfaitaire waarde van 8 meter wordt aangehouden in geval paallengtes van 8 meter of langer nodig zijn (bij geen paalfundering of kortere palen werkelijke waardes gebruiken). |
Voorstel voor streefnormen | ||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||
Verklaring van keuzes | ||||||||||||||||||||||||
Biobased materialen en secundaire materialen moeten bij voorkeur niet met elkaar concurreren. Door het verschil in soortelijk gewicht en toepassing zijn ze lastig inwisselbaar wat de reden is dat ze niet als één waarde zijn opgenomen. | ||||||||||||||||||||||||
Correctiefactoren hoogbouw | ||||||||||||||||||||||||
De hierboven benoemde streefnormen zijn van toepassing op laagbouw (tot maximaal 5 bouwlagen). Daarboven zijn twee categorieën van toepassing: hoogbouw (tot ca. 30 meter) en hoge hoogbouw (alles daarboven). Voor beide categorieën is op een betaalbare manier halen van deze percentages nog niet mogelijk en geldt een afslagpercentage. |